Pellicule VIII

Posted by Villa Kakelbont @ 9:55 am, Friday, February 5, 2010

In de rubriek Pellicule plukken we filmpjes over lezen en boeken van het net. Hieronder een voorbeeld van hoe lezen de verbeelding kan stimuleren. En vooral: welke ernstige gevolgen dat kan hebben!

München

Posted by Villa Kakelbont @ 11:11 am, Tuesday, February 2, 2010

Gents onderzoekster Sara Van den Bossche verblijft momenteel aan de Internationale Jugendbibliothek in München. Hoe en wat vertelt ze hier.

*

“Congratulations! Your application for a fellowship at the International Youth Library was approved.”
Het mailtje van de Internationale Jugendbibliothek (IJB) dat op donderdag 19 november in mijn Postvak In belandde, kwam enigszins onverwacht. Door mijn uiteenlopende, tijdrovende bezigheden als assistent Zweedse Letterkunde aan de vakgroep Scandinavistiek en Noord-Europakunde aan de UGent, was de aanvraag voor een beurs van de IJB in München die ik enkele maanden eerder had ingediend op de achtergrond geraakt. Het nieuws kwam dus plots uit de lucht gevallen, maar dat maakte het er niet minder leuk om.

De IJB, of Winter in BeierenDe Internationale Jugendbibliothek werd in het naoorlogse München (in 1949, om precies te zijn) gesticht door Jella Lepman, tevens de stuwende kracht achter het ontstaan van IBBY, de International Board on Books for Young People.  De bibliotheek gaat er prat op de grootste collectie (primaire zowel als secundaire literatuur) ter wereld te herbergen. De IJB is gevestigd in Schloβ Blutenburg, een idyllisch “boekenkasteel” in een buitenwijk van München. Ze bestaat naast een uitleenbibliotheek voor kinderboeken ook uit een studiezaal, een catalogiseringsdienst, een administratieve afdeling en verschillende tentoonstellingsruimtes. Het motto van de IJB is “Met kinderboeken bruggen bouwen tussen mensen, landen en culturen.” De internationale bruggenbouwers zijn de zogeheten “Lektoren”, die intensieve contacten onderhouden met uitgevers en instituten in het taalgebied waarvoor ze verantwoordelijk zijn. De bedoeling is dat zij op die manier de verdere uitbouw van de collectie garanderen. De Lektoraten variëren van Duits, Frans en Engels over Nederlands en de Scandinavische talen tot Japans, Perzisch en Turks.

Een ander onderdeel van de internationale werking van de IJB is de jaarlijkse toekenning van tien tot vijftien onderzoeksbeurzen aan zogeheten “Stipendiaten” van over de hele wereld. Een dergelijke beurs laat je toe om een periode van minimum zes weken tot maximum drie maanden aan de IJB door te brengen. Om een beurs te kunnen verwerven, wordt er van je verwacht dat je professioneel met kinder- en jeugdliteratuur bezig bent, en dat je motiveert waarom het voor jou nuttig zou kunnen zijn om van de middelen van de IJB gebruik te maken.

Aan de IJB word je letterlijk omringd door kinderboeken, en je hebt er een heel arsenaal aan wetenschappelijke werken over kinder- en jeugdliteratuur ter beschikking. Het binnen handbereik hebben van standaardwerken en academische tijdschriften is werkelijk van onschatbare waarde voor een onderzoeker. Je werkt er bovendien in alle rust rond je eigen onderwerp. Dergelijke ideale omstandigheden dragen vaak bij tot een niet geringe stap voorwaarts in het onderzoek.

In mijn geval lag de argumentatie voor de aanvraag voor de hand. In mijn doctoraatsonderzoek ga ik na wat de status van de Zweedse kinder- en jeugdboekenschrijfster Astrid Lindgren in de literaire canon van Zweden, Vlaanderen en Nederland is. Tijdens mijn verblijf in München leg ik me toe op de twee voornaamste aspecten van dat onderzoek, namelijk Lindgren en de canon. Aan de IJB heb ik een uitgelezen kans om tijd te nemen om specifiek materiaal door te nemen over Astrid Lindgren zelf, die in Duitsland nog steeds waanzinnig populair is. Dergelijke werken zullen dienen als achtergrondmateriaal voor mijn studie. Daarnaast – en niet in het minst – besteed ik mijn tijd hier aan het me inlezen in het debat over de literaire canon. Mijn aandacht gaat specifiek uit naar de kenmerkende eigenschappen van werken die tot de canon behoren, en naar uitingen van de canonieke waarde van een bepaalde auteur en diens werken. Het is de bedoeling dat ik met de kennis die ik hier opdoe het theoretische kader voor mijn verhandeling nader zal gaan bepalen. Met dit verblijf hoop ik dan ook zelf een sprong voorwaarts in mijn onderzoek te kunnen maken.

In het voorjaar verschijnt er een artikel van Sara Van den Bossche onder de titel “Astrid Lindgren tussen dode blanke Europese mannen” in Literatuur zonder Leeftijd (nr 81).

Marita de Sterck over haar favoriete gedicht

Posted by Villa Kakelbont @ 11:21 am, Thursday, January 28, 2010

In de rubriek Het Mini-Interview antwoorden auteurs en illustratoren op één enkele vraag.
Naar aanleiding van gedichtendag vroegen we Marita de Sterck naar haar favoriete gedicht.

*
De kunst van het dragen

Dat het de kunst is goed te dragen, een ritme te vinden samen balans te bewaren…
Op een bloedhete zomerdag in 2008 weerklonken deze woorden bij de ingang van de kerk van Watou. Traag en melodieus, over en over.
Ik was niet de enige die daar heel erg lang is blijven staan, op dat luistereilandje onder die toren, met zicht op de verweerde grafstenen.
De klanken riepen niet alleen de troost van dragen en wiegen op, het gedicht zelf omsloot en wiegde, op oermoederlijke wijze.
Met een gechargeerd, sentimenteel gedicht had die plaatsing nabij kerk en graven averechts gewerkt. Nu zag je de dragers met hun kist komen, kon je hun stappen horen, het wiegen voelen, werden alle zintuigen tot op het bot beroerd.

Ik had dit gedicht van Hester Knibbe al eens in alle stilte, op papier ontmoet, in haar dichtbundel: ‘De buigzaamheid van steen’. Maar nooit eerder was ik er zo heftig door geraakt.
Ook op blad oogt het gedicht breekbaar tastend, ook op blad snijdt die precieze eenvoud in je ziel, maar ik blijf Gwij Mandelinck mijn leven lang dankbaar dat ik het tijdens die poëziezomer daar bij kerk en graven ook auditief mocht consumeren, niet met podiumgedonder, maar in een passend lauwe luwte.

Ik blijf een fan van Knibbes bundels die alleen al met hun titels een mens verleiden: Een hemd van vlees; Een bittere navel; Een dunne duurzaamheid; Verstoorde grond; Bedrieglijke dagen
Zoekend naar woorden van troost bij verlies, val ik vaak terug op De kunst van het dragen, ik heb het al vele keren overgeschreven op rouwkaarten. Ik zal niet de enige zijn.
En precies een maand voor deze gedichtendag, heb ik dit gedicht zelf voorgelezen, bij mijn moeders kist, in een kouwe luwte.
De kerk was vol, mijn moeders laatste wens vervuld: ‘Kind, laat schone woorden klinken.’
Op dat moment waren er voor mij geen schonere woorden dan Knibbes weefsel dat omsluit en wiegt, dat uitdrukt wat goeie poëzie vermag, dat weergeeft wat misschien wel de kern van dichten is: de kunst van het dragen.

De kunst van het dragen

We waren op tijd voor de intocht.
Muziek droeg de stoet en we hoorden
wat muziek doet met een nauwe straat
en een hart dat te ruim zit. Acht

droegen zijn beeld op een baar. Dat het de kunst is
goed te dragen, een ritme te vinden samen balans
te bewaren zagen we daar. Het moet een soort
wiegen zijn dat de angst voor het laatste

verdrijft. In beweging blijven
desnoods pas op de plaats.

Hester Knibbe: De buigzaamheid van steen (De Arbeiderspers, 2005)
Ook opgenomen in: Oogsteen, een keuze uit de gedichten van 1928 tot en met 2008 (De Arbeiderspers, 2009).

Olfie Obermeier

Posted by Villa Kakelbont @ 10:21 am, Tuesday, January 26, 2010

olfieMijn ex-lieven hebben alvast één ding gemeen: ze lazen (en lezen) gretig. We deelden vaak veel, soms weinig, maar altijd deelden we boeken. Op de boekenplank bij mijn Eerste Grote Liefde stond een jeugdherinnering die mij ook dierbaar was: Olfie Obermeier van Christine Nöstlinger. Het boek verscheen in  1984, het jaar waarin Nöstlinger de Hans Christian Andersenprijs kreeg.
Net als bij Olfie ontbrak bij de Eerste Grote Liefde elk spoor van een vader. Sterke vrouwen vulden de ‘leegte’ – zo die er al was. Dat schepte een band met het hoofdpersonage. Aan identiteitscrisissen deed mijn ex niet, maar dat Olfie zijn Oedipuscomplex klein kreeg met een boel humor kon in elk geval geen kwaad.

Ook Olfie wordt opgevoed door een “zevenstemmig klaagkoor” – zijn moeder, grootmoeder, drie tantes en twee zussen. Daar staat hij verder niet bij stil. Tot hij in een psychologietijdschrift leest dat kinderen die uitsluitend door vrouwen worden opgevoed een opmerkelijke lager IQ hebben dan kinderen die mannelijke opvoeders in de buurt hebben. Als hij alarm slaat, kan dat de vrouwen in huis dat maar matig boeien. Als antwoord vindt hij een briefje van zijn moeder:

Als smoes voor je tekortkomingen op school kan je ons niet zo’n leugenpraatje verkopen. Er zijn een heleboel kinderen met gescheiden ouders en bijna al die kinderen worden uitsluitend door hun moeder respectievelijk grootmoeder opgevoed, omdat hun vader zich geen bliksem van hen aantrekt. Maar voor 99,9% hebben die kinderen op school meer resultaat dan jij. (p. 20)

De moeder van Olfie, een bewust ongehuwde moeder en advocate, is het levende bewijs van Nöstlingers non-conformistische houding. Dat onderstreept Rita Ghesquiere ook in het Lexicon Jeugdliteratuur 39:

Door middel van humoristische uitvergrotingen en groteske omkeringen van rollenpatronen plaatst Christine Nöstlinger vraagtekens bij de bestaande normen en biedt ze alternatieve zienswijzen aan. (p. 2)

Als zijn vriend Axel Olfie vertelt over het Oedipuscomplex, zakt Olfie weg in een identiteitscrisis. En die crisis raakt alleen opgelost door zijn vader te zoeken, besluit Olfie. Het boek vertelt over die zoektocht. Peter van den Hoven spreekt in Grensverkeer daarom van een “initiatieroman”: “verhalen over jongeren die de moeilijke weg afleggen tussen de ene en de andere levensfase”. Die overgang vindt “schoksgewijs” plaats en gaat gepaard met “heftige gemoedsbewegingen” (p. 54). Inge Wild gaat een stapje verder als ze het thema van Olfie Obermeier samenvat:

Problematische Aspekte der männlichen Adoleszenz durch neue gesellschaftliche Bestimmungen der männlichen und weiblichen Geschlechtsrolle und durch Auflösung traditioneller Familienformen zeigen sich besonders eindringlich in Olfi Obermeier und der Ödipus von 1984 (p. 146).

Je kan je afvragen of dat wel klopt. Dat Olfie over zijn crisis bericht met een grootse luchthartigheid en relativerende humor – “Een verschrikkelijk arme duvel was die Oedipus” (p. 29) – maakt van Olfie Obermeier vooral een erg geestige jeugdroman, veel meer dan het probleemboek dat Inge Wild ervan maakt. Tal van bronnen bevestigen dat. Naast sociaal engagement en ongebreidelde fantasie, is ‘humor’ één van de drie kernwoorden waarmee haar oeuvre omschreven wordt. Anita Silvey zegt het zo:

Nöstlinger’s crisp writing and her saucy sense of humor have continued to gain her critical acclaim. (p. 49)

Dat ik heel hard heb moeten lachen toen ik het boek las, was dan ook het voornaamste dat ik mij na al die jaren nog kon herinneren. En dat geldt ook voor mijn ex met wiens IQ het net als bij Olfie overigens bijzonder goed is afgelopen.

(Fieke Van der Gucht)

Meer lezen?
Olfie Obermeier (Olfi Obermeier und der Ödipus) / Christine Nöstlinger en Henk Kneepkens (ill.) (Fontein, 1985)

Children’s Books and Their Creators: an invitation to the feast of twentieth-century children’s literature / Anita Silvey (ed.) (Houghton, 1995)

“Christine Nöstlinger” / Rita Ghesquiere. In: Lexicon van de jeugdliteratuur, oktober 1995, p. 1-8

Grensverkeer: over jeugdliteratuur / Peter van den Hoven (Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum, 1994)

“Männliche Metamorphosen und Adoleszenzprofile” / Inge Wild. In: …weil die Kinder nicht ernst genommen werden: zum Werk von Christine Nöstlinger / Sabine Fuchs en Ernst Seibert (reds.) (Praesens, 2003) p. 133-164

[Dit, en meer, is te vinden in de bibliotheek van het Focuspunt Jeugdliteratuur.]

Groeten uit Newcastle

Posted by Villa Kakelbont @ 3:55 pm, Friday, January 22, 2010

Newcastle. Je zal deze voormalige industriestad in het noorden van Engeland niet gauw in de top 10 van populairste citytrips zien staan, en dat kan de toevallige bezoeker niet verbazen. Newcastle ontpopt zich zodra het donker wordt tot dronkenmanswalhalla, met genoeg cafés en currytenten om al ’s lands stag parties en hen parties onderdak te bieden. Maar voor de toegewijde kinderboekenliefhebber verbergt de stad in haar buitenwijken een pareltje: Seven Stories.

Deze toegewijde kinderboekenliefhebber bezocht in december dit geweldige centrum voor jeugdliteratuur.

voor- en achteraanzicht

 

Seven Stories is tegelijkertijd een archief, een museum en een kinder-doe-centrum over kinderboeken. Het huist in een zeven etages tellend voormalig Victoriaans pakhuis dat op een elegante manier gerenoveerd en uitgebouwd werd. Elke verdieping heeft min of meer zijn eigen functie: een boekhandel en een café, twee verdiepingen voor tijdelijke tentoonstellingen, een crea-plek, een informatieve verdieping over het archiveringswerk van Seven Stories, een thematisch ingerichte leesplek, die deze keer aan kattenboeken was gewijd, en een tot de verbeelding sprekende vertelzolder. 

sevenstories2

 

Voor Newcastlese kindertjes en hun familie organiseert Seven Stories ‘Bookworm babies’-sessies, vertellingen, auteursbezoeken enzovoort. Er zijn ook telkens twee tentoonstellingen: bij ons bezoek eentje over vervoersmiddelen in kinderboeken, en eentje over Judith Kerr, schrijfster en illustrator van onder andere The tiger who came to tea.

In All aboard, away we go, een laagdrempelige expositie over treinen, fietsen, bussen en andere vervoersmiddelen in kinderboeken, laten de tentoonstellingsmakers geen middel ongemoeid om boeken tot leven te brengen. We bewonderden de originele illustraties van Michael Foreman uit een nieuwe uitgave van het boek Treasure Island, we bouwden de fiets van mevrouw Hermitage na met magnetische onderdelen op een magnetisch bord en we knuffelden (eventjes dan) het al hevig bespeekselde ruimtepopje uit Oliver Jeffers’ The way back home. Elk denkbaar vervoersmiddel heeft een eigen hoekje met nagebouwde scènes en leuke doe-dingen, overal slingeren boeken rond, en er zijn verteltelefoons waarmee je naar verhalen kan luisteren.

sevenstories3

 

De retrospective over Judith Kerr roept met haar eigen (prachtige!) kindertekeningen en oude spulletjes Judith Kerr’s bewogen jeugd op, die begon in Duitsland en zich na het aan de macht komen van Hitler, in heel Europa afspeelde, om te eindigen in het Verenigd Koninkrijk. Ook aan haar boeken is veel en op een mooie manier aandacht besteed. Zo is de hele keuken waarin ‘The tiger who came to tea’ zich afspeelt, netjes nagebouwd.

sevenstories4

 

Seven Stories is een heerlijke plek om enkele uren door te brengen, die tot in de kleine details de kaart van het kinderboek trekt.

het zit 'm in de details

 

(Eva Devos)

script filename C:\\Inetpub\\vhosts\\villakakelbont.be\\httpdocs\\blog\\Index.php
doc root /
can't detect root path
[56980935]