André Sollie
Boekenpauwwinnaar André Sollie gunt ons vandaag een blik in zijn werkkamer.





Boekenpauwwinnaar André Sollie gunt ons vandaag een blik in zijn werkkamer.





Donderdag 4 maart was één van de eerste zonnige dagen van het jaar. En voor één jeugdauteur uit Vlaanderen of Nederland zou het nog mooier worden. Het was immers tijd voor de uitreiking van de jaarlijkse Woutertje Pieterse Prijs.
We trokken naar De Balie in Amsterdam voor een feestelijke uitreiking. Al bij de start gonsden de geruchten over vermoedelijke winnaars. Voor de prijs wordt immers geen shortlist opgesteld. Elke auteur of illustrator die aanwezig is, wordt dus meteen als potentiële laureaat genoemd.
De Stichting Woutertje Pieterse Prijs reikt deze prestigieuze prijs dit jaar voor de 23ste keer uit, met de steun van het Lira en de SLAA. Vorig jaar vielen Peter Verhelst en Carll Cneut in de prijzen met Het geheim van de keel van de nachtegaal. Dit jaar boog de jury, met als voorzitter Frank Groothof, zich over de productie van 2009. Honderdveertig boeken in totaal. Een hele klus, verzekerde jurylid Annemie Leysen ons.

Om de spanning erin te houden, werden we tijdens de uitreiking eerst nog erg aangenaam geëntertaind door auteur Bibi Dumon Tak. Zij kreeg de eer om – eveneens een jaarlijkse traditie – de Woutertje Pieterse Lezing te geven. Ze deed dat met een zeer amusante en spitante speech. Daarin verwees ze naar de kritische Annie MG. Schmidt-lezing van Sjoerd Kuijper, die stevig uithaalde naar de uitgeverswereld en meende dat jeugdauteurs op een ‘tropisch eiland’ zouden zitten. Bibi Dumon Tak trok de metafoor moeiteloos door, met hier en daar enkele prikjes en steken. Toch concludeerde ze vooral dat ze erg gelukkig was op haar eiland.
Dan was het tijd voor juryvoorzitter Frank Groothof. Hij meldde vooreerst dat de jury dit jaar erg tevreden was met de oogst, en stelden vast dat de kloof tussen de zogenaamde populaire jeugdliteratuur en het meer kwalitatieve werk altijd maar meer gedicht wordt. Ze zagen heel wat pareltjes binnen het populairdere werk, en merkten dat meer literaire auteurs publieksgerichter zijn gaan schrijven. Een te stimuleren tendens.
Eervolle vermeldingen en complimenten waren er voor heel wat Vlaams en Nederlands werk. Marita de Sterck werd geroemd voor De Hondeneters, Boekenleeuw-winnares Kathleen Vereecken voor Ik denk dat het liefde was en Paul de Moor voor De schilder, de duif en de dingen en De wei van koe. Maar ook Daan Remmerts de Vries, Derk Visser, Erna Sassen, Tjibbe Veldkamp en Mario van Brakel kregen een pluim.
Maar één boek was zo universeel en zo mooi geschreven dat het de concurrentie overwon. De winnaar van de Woutertje Pieterse Prijs 2010 werd Juwelen van stras van Carli Biessels. Volgens de jury een ‘juweel van een boek’ en een ‘literaire diamant’, ‘een meesterwerk dat een groot publiek verdient’.
Carli Biessels opende haar dankwoord met de mededeling dat ze meer een schrijver was dan een spreker, maar trok zich toch uitstekend uit de slag. Ze had moeite om de bekroning te rijmen met het donkere thema van het boek: Jodenvervolging tijdens WO II. Maar, voegde ze toe: ‘als het lezen van mijn boek tot dat herinneren bijdraagt, is dat van grote betekenis voor mij’. Lof had ze voor illustrator Martijn van der Linden en uitgever Sofie Van Sande (Lannoo).
In het daaropvolgende interview vertelde Carli Biessels dat ze kinderen grote dingen wil laten zien op een aanvaardbare manier, zodat ze die een plek kunnen geven. En dat wil ze doen zonder ze af te schermen in een sprookjeswereld. Dat klonk ons als muziek in de oren: kinderen en volwassenen leven in dezelfde wereld én hebben het recht om au sérieux genomen te worden. Een ideale Woutertje Pieterse Prijs dus om volgende week de Jeugdboekenweek 2010 mee te starten!
(Sofie Dewulf en Tine Kuypers)
Het zijn er de tijden voor: laten we beginnen met Obama.
Where the wild things are (Max en de Maximonsters voor ons Nederlandstaligen) van Maurice Sendak was het afgelopen jaar hot: Spike Jonze maakte er een film van, Dave Eggers maakte er een boek-voor-alle-leeftijden van. En als Dave Eggers iets doet, kijk ik mee. Maar wat is dat met dat origineel?
Toen Where the wild things are in 1963 verscheen, gingen critici op hun achterste poten staan: het boek zou kinderen onnodig bang maken. Geen interessanter kinderboeken dan degene die volwassenen boos maken. Raymond E. Jones ziet in de consternatie van de critici al meteen de waarde van het boek:
The very fact that people could argue vociferously about a book of 338 words and 18 pictures indicates that Sendak had done something significantly new. (p. 130)
Dat nieuwe had alles te maken met de agressie in Max. Max is geen lief, zoet kind maar een klein, boos ettertje dat nagels in muren slaat waar die niet horen en de hond met een vork achterna zit. Maar er is hoop en in zijn dromen en fantasie wordt Max’ agressie gekanaliseerd en verkrijgt hij ‘a healthy identity’. (Jones, p. 122)
In een artikel dat je opnieuw doet kijken, legt Raymond E. Jones de ‘circular journey’ in het boek uit: in zijn fantasiereis verkrijgt Max een gezonde identiteit en leert hij zijn relatie met zijn moeder aanvaarden. Veel woorden voor een eenvoudig prentenboek, maar toegegeven: het zit erin. Kijk bijvoorbeeld naar de grootte van de illustraties en zie dat de laatste prent niet even klein en begrensd is als de eerste. Logisch, aldus Jones:
Max does not find the normal world as oppressively confining as he once did. Having come to terms with his emotions, he finds the normal world large enough for him to be himself and to have expressions of his mother’s love. (p. 127)
Maurice Sendak zelf zegt: de artiest “must leave a space in the text so the picture can do the work.” (Jones, p. 128) Bij Where the wild things are leidt die opvatting tot een complete en perfecte versmelting van vorm en inhoud, van tekst en illustraties. Critici zijn er in de wolken over. Het is op zijn minst fascinerend dat net zo’n versmelting vandaag leidt tot een film (met in de eerste plaats beeld) en een roman (met alleen tekst). Opwindend is dat net zo’n symbiose leidt tot een hoogtepunt in enkel woorden, aldus Gregory Maguire in zijn ode aan Sendak, die de laatste pagina zo omschrijft:
His most succinct and perhaps most graphically articulate expression of what pulls us from our dreamy slumbers, our invented havens, our various limbos and incarcerations. (p. 150)
Met zijn 338 woorden en 18 prenten is Where the wild things are een eindeloos boek.
(An Stessens)
Meer zien?
Officiële website van Where the wild things are – de film
Obama over Where the wild things are
Meer lezen?
‘Des illustrations exemplaires: “Max et les Maximonstres” de Maurice Sendak’ / Isabelle Nières-Chevrel. In : La Revue des livres pour enfants (2006) 232, p. 129-142
‘A second look : “Where the wild things are”’ / Leonard S. Marcus. In: The Horn book magazine, 79 (2003) 6, p. 703-706
‘Van alle tijden: “Max en de Maximonsters”’ / Mirjam Bolt. In: Leeskraam, 2 (2003) 2, p. 18-19
‘Maurice Sendak’s “Where the wild things are: picture book poetry”’ / Raymond E. Jones. In: Touchstones / Perry Nodelman (red.) (Children’s Literature Association, 1989)
Making mischief : a Maurice Sendak appreciation / Gregory Maguire (William Morrow, 2009)
[Deze artikels en boeken zijn te vinden in de bibliotheek van het Focuspunt Jeugdliteratuur.]
Woensdag 24 februari reikte Boek.be in boekhandel I*Boeks in Gent de Boekenleeuw en Boekenpauw 2010 uit – de prijzen voor de beste auteur en illustrator van kinder- en jeugdboeken van het afgelopen jaar. Drie auteurs en drie illustratoren vielen in de prijzen.

Gerda Dendooven ontving een Boekenpluim voor Hoe het varken aan zijn krulstaart kwam (Querido). De jury vond het prentenboek “een hemels geschenk”. “In een vaak verrassende compositie, bijzondere gelaagde technieken en een vernieuwd kleurenpalet herleidt die andere schepper - op - mensenmaat een mythisch universum tot een rozig toegankelijk niveau.”
Een tweede Boekenpluim ging naar Carll Cneut voor zijn illustraties in Fluit zoals je bent, een bloemlezing samengesteld door Edward van de Vendel (De Eenhoorn en Querido). Volgens de jury is “elke tekening perfect gedoseerd en voegt op een subtiele wijze een verrassende poëtica toe aan de bijbehorende dierengedichten. De slimme illustrator laat vaak stiekem een eigen grappige of poëtische interpretatie vermoeden.”

De Boekenpauw 2010 was voor De Zomerzot van André Sollie (Querido). Uit het juryrapport: “In een uitgepuurde vormgeving speelt de illustrator met wisselende proporties en perspectieven en experimenteert hij met gedurfde kleurencombinaties en verrassende composities.”
André Sollie was bijzonder verheugd om na 15 jaar opnieuw een Boekenpauw in ontvangst te mogen nemen. Hij kreeg er zowaar een Miss België-gevoel van!

De ruiker die de illustratoren ontvingen.

Debutant Peter van Olmen kreeg een Boekenwelp voor De kleine Odessa (Van Goor/Standaard Uitgeverij). De jury vond het “een bijzonder gelaagd verhaal, waarin spanning, humor en fantasierijke vondsten worden afgewisseld met filosofische vraagstukken, morele dilemma’s en krachtige emoties. De ambitie, maar ook het verteltalent, spat van elke bladzijde, en de auteur blijkt in staat om verschillende verhaallijnen vakkundig te verweven tot een verhaal dat gaandeweg een epische dimensie krijgt.”

Debutante Laure Van den Broeck werd bekroond met De 17e zomer van Maurice Hamster (Clavis), een realistische adolescentenroman, die de jury onmiddellijk opviel “door de sfeerschepping, het gevoel voor timing en de overtuigende karaktertekening. Niet alleen de setting van deze roman is Amerikaans, ook de filmische stijl deed denken aan de betere young adult novels uit de Verenigde Staten.”

Kathleen Vereecken won de Boekenleeuw 2010 voor Ik denk dat het liefde was (Lannoo). De jury roemde “de psychologische overtuigingskracht, en de filosofische en literaire gelaagdheid, die nooit ten koste gaat van de plot. De rijke historische documentatie die aan deze roman ten gronde ligt, zorgt voor een stevige basis, maar verdringt het verhaal evenmin naar de achtergrond.”
In haar dankwoord wierp de schrijfster op dat deze overwinning misschien wel in de sterren geschreven stond, met een hoofdpersonage dat de naam Léon draagt. En ze vertelde over haar verontwaardiging die aan de basis lag voor de pedagogische tik die ze in dit boek uitdeelt aan schrijver en filosoof Rousseau. De man schreef dan wel een baanbrekende roman over de ideale opvoeding van kinderen; zijn vijf eigen kinderen bracht hij stuk voor stuk naar een weeshuis.
(Els Michielsen en Griet Loix)
De reeks The Astonishing Life of Octavian Nothing, Traitor to the Nation werd me aangeraden door een boekverkoper in een New Yorkse kinderboekenwinkel. Ik vroeg hem me een lijstje te geven van drie boeken waarzonder ik niet naar huis mocht vertrekken en met een ontroerend enthousiasme blééf hij maar zijn persoonlijke favorieten aanslepen. Uiteindelijk verliet ik de boekhandel met vier boeken, maar zonder Octavian Nothing. Die kwam pas later in mijn boekenkast terecht, toen ik mezelf online deel 1 en –ach kom, een mens moet zichzelf al eens kunnen verwennen- meteen ook deel 2 cadeau deed. Mooie hardcover boeken, met van die rafelig doorgesneden bladranden, heerlijk!
De boekhandelaar had al een tip van de inhoudelijke sluier opgelicht: de reeks gaat over het levensverhaal van Octavian Nothing, een zwarte jongen die in een College in het pre-revolutionaire Boston opgroeit. Hij krijgt daar een klassieke opvoeding, hij speelt viool en draagt zijden kleren en een chique witte pruik. Langzaam ontdekt hij dat hij desondanks niet meer is dan een slaaf, want zijn eersteklas opvoeding is niet meer dan een experiment in een onderzoek naar de verschillen tussen het blanke en het zwarte ras. (Klinkt dat goed of klinkt dat goed?)

Behoorlijk nieuwsgierig dook ik de voorbije vakantie in de eerste pagina van The Astonishing Life of Octavian Nothing, Traitor to the Nation, Part 1: The Pox Party.
Het was alsof ik in een leeg zwembad was gesprongen. Al die jaren had ik mezelf wijsgemaakt dat ik Engels kon, maar hier had ik moeite om betekenis te halen uit de wervelende, ellenlange zinnen met al die woorden die me misschien niet onbekend maar toch ongebruikelijk voorkwamen. Het mooie archaïsche taalgebruik en de vele referenties naar de achttiende-eeuwse literatuur die in recensies geroemd werden, vormden voor mij vooral een struikelblok…
Voorlopig liggen de twee boeken mooi maar ongelezen te zijn op mijn kast, tot ik me met een woordenboek in de hand kan vastbijten in het verhaal. Kan er toch maar heel dringend een vertaler aan de slag?
The Astonishing Life of Octavian Nothing, Traitor to the Nation, Part 1: The Pox Party
M.T. Anderson
Candlewick, 2006
(Eva Devos)